20 jaar ‘Homohuwelijk’

Het homohuwelijk bestaat niet. 20 jaar geleden werd het burgerlijk huwelijk opengesteld voor paren van gelijk geslacht. Daarme was Nederland het eerste lang ter wereld waar dat kon. Deze dagen besteden de media daar uitgebreid aandacht aan. Ieder tv of radio programma, krant of tijdschrift lijkt we een of meerdere paren (meestal mannen natuurlijk) te hebben opgesnord om hier een mening over te hebben. Ook wij ouderen waren ineens zeer in trek en ik zag oude bekenden die ik door corona al meer dan een jaar niet meer gezien had, langstrekken op het scherm.

Ook 1Vandaag besteedde aandacht aan de 20 jaar huwelijk en interviewde onder andere mij.

Daarbij gebeurde iets eigenaardigs. De media dachten dat wij wilden feestvieren, en bleken onaangenaam getroffen toen ze van jonge activisten hoorden dat het helemaal niet zo goed gesteld is met de emancipatie in Nederland, en van oude activisten dat zij twintig jaar geleden erg tegen de openstelling van het huwelijk waren – en nog steeds eigenlijk.

Vanaf de jaren zeventig ijverde de homobeweging voor opheffing van de vele ongelijkheden in de juridische positie van homoseksuelen en heteroseksuelen. Op dat moment was er niets geregeld in relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht. Er waren problemen met de pensioenwetgeving, met verzekeringen, met de aanschaf van een huis, met kinderen, met het erfrecht. Er werden pogingen ondernomen om dat met behulp van het notariaat te veranderen (het zgn ‘Leidse model’) maar dat bleven stoplappen die vooral voor een hoop rompslomp zorgden maar niet alle hindernissen uit de weg ruimden. Er gingen steeds meer stemmen op om het hele idee van het huwelijk maar af te schaffen. Want wat in wezen een juridische overeenkomst zou moeten zijn om zaken rond gemeenschappelijk bezit te regelen werd door de overheersende heteronormativiteit opgetuigd met allerlei overbodigheden en opgelegde vooronderstellingen. Ik noem de prins/ prinses op het witte paard, de witte trouwjurk, de eeuwige trouw en het eeuwige respect van de mensheid. Om maar te zwijgen over de ingebouwde ongelijkheid die aan de mannen in het huwelijk privileges gunde en de vrouwen taken oplegde.

In de periode voor de overwinning van het burgerdom in de 18e eeuw had men daar geen boodschap aan. Het huwelijk was wat het was: een juridische overeenkomst. En in de moderne 21e eeuw , waarin ieder individu telt, zou ieder individu dus door middel van een pakketje overeenkomsten datgene moeten regelen wat er te regelen moest. Ongeacht met wie dan ook: je broer, je tante, je geliefde, je buurman of je collega. De homobeweging koos dus voor individualisering. Maar kreeg het ‘homohuwelijk’ (heeft u een huwelijk? nee, een homohuwelijk). En wanneer je zaken toch hardnekkig zelf wilde regelen, was je hetzij bezig tot sint juttemis hetzij bleken uiteindelijk allerlei zaken toch niet goed te regelen, zoals het erfrecht, of het recht je partner in een buitenlands ziekenhuis te bezoeken.

Heeft de openstelling van het huwelijk dan helemaal niets opgeleverd? Voor veel traditionele families was het even wennen, maar uiteindelijk konden ze er niet onderuit dat er nieuwe familiebanden waren gekomen die net zo echt en serieus konden zijn als de hunne. Ook voor de degenen die individualisering wilden was het een vooruitgang dat LHBT’s eindelijk erkend waren als ‘persoon onder de wet’- een van de grondrechten die er eerst nog amper was. Dat was winst.

PS: Na de openstelling van het huwelijk zeiden veel mensen dat de homoemancipatie daarmee toch wel voltooid was. Er viel niets meer te wensen, en daarmee kon de mensheid overgaan tot de heteroseksuele orde van de dag, blij dat iedereen weer gewoon deed. Met de LHBTIetc emancipatie is het overigens nog steeds niet goed gekomen zie de nieuwste Feiten en Cijfers van MOVISIE, een overzicht dat ik jaren geleden ben begonnen, toen ik daar nog werkte.

PPS: en mijn trouwfoto? die hebben we nooit laten maken….


Fredy Hirsch, een vergeten held

Fredy Hirsch was joods en homoseksueel, een sportman en geboren leider. Hij zorgde voor duizenden joodse kinderen in twee concentratiekampen in Tsjechië. Zijn leven eindigde in Auschwitz op 8 maart 1944 onder nooit opgehelderde omstandigheden.

De als homoseksueel ‘vergeten held’ krijgt nu pas meer aandacht. De journalist Dirk Kämper schreef een biografie over hem. Op basis hiervan maakte het ZDF een documentaire over zijn leven die eind maart 2020 werd uitgezonden en online op YouTube (“Fredy Hirsch, ein deutscher Held”) te bekijken is. De Israelische filmer Rubi Gat maakte in 2017 de lange biografische film Dear Fredy die veel meer ingaat op Fredy’s homoseksualiteit. Op internetsites en krantenartikelen was er al eerder over hem te lezen. Maar het ene verhaal is het andere niet. Niet iedereen blijkt even goed uit de voeten te kunnen met Fredy’s homoseksualiteit, hoewel het nergens ontkend wordt – hij stak het dan ook niet onder stoelen of banken, ook niet in het kamp. Niemand gaat echter in op de vraag welke relatie er was tussen Fredy’s homoseksualiteit en zijn opvallende daden in de concentratiekampen Theresienstadt en Auschwitz. Toch lijkt die relatie me duidelijk.

Alfred (‘Fredy’) Hirsch werd op 11 februari 1916 geboren in Aken, net over de Nederlandse grens in een niet-orthodoxe joodse familie. Zijn vader was slager. Mogelijk heeft het vroege uiteenvallen van zijn familie (zijn vader overleed toen hij 10 jaar was; zijn moeder kon de situatie niet aan en verliet de jongens) er mede voor gezorgd dat Fredy en zijn broer Paul op zoek gingen naar een andere veilige haven. Die vonden ze allereerst bij de joodse organisaties. Bij deze organisaties vond Fredy een uitlaatklep voor zijn organisatietalent dat hij dienst stelde van zowel zijn sportiviteit (gymnastiek en turnen) als het zionisme. Dat is de kern van wat Fredy uitdroeg, vanaf de tijd dat hij nog een adolescent was. En het verbazingwekkende is dat hij dat tot vrijwel de laatste dag van zijn korte leven in de concentratiekampen wist vol te houden. Als joden zich wilden voorbereiden op emigratie naar Israel en zich te weer moesten stellen tegen het antisemitisme was het van het grootste belang dat ze hun lichaam en geest zo sterk mogelijk maakten. Al vanaf het begin van de 20e eeuw ontstonden  – als reactie op de duits-nationalistische turnbonden – ook joodse turn en gymnastiek organisaties. Ze leken uiterlijk en innerlijk sterk op de nationalistische Duitse organisaties. Deze werden echter steeds antisemitischer. Gemeenschappelijk was het belang dat toegekend werd aan een sterk lichaam (Körperkultur). Dat gold vooral voor de joodse organisaties die zich primair als Duits definieerden. Fredy ging echter een andere kant op: die van het zionisme. Dat veroorzaakte ook een breuk met zijn broer Paul. Voortaan had hij weinig contact met zijn familie.

Fredy Hirsch

Al in 1931 werd Fredy een van de leiders van de joodse jeugdvereniging in Aken en richtte de afdeling Aken van de joodse padvindersbond op. Hij hield het al spoedig niet meer in Aken uit, ook omdat zijn moeder, die in 1926 weduwe was geworden, met haar nieuwe man naar het buitenland verhuisde. Mogelijk heeft ook zijn homoseksualiteit voor conflicten gezorgd. In de volgende jaren woonde hij in verschillende steden in Duitsland, steeds actief in de Joodse Padvindersbond Duitsland (JPD) en de Makkabi Hatzair, een Zionistische sportorganisatie.  Veel Joodse sportclubs heten Makkabi naar een joodse vrijheidsstrijder uit de 2e eeuw (de joodse zaalvoetbalclub Makkabi in Amsterdam kwam onlangs nog in het nieuws omdat ze politiebescherming vroegen vanwege antisemitische bedreigingen. Soms verandert er helaas niets.) De Makkabi hadden een programma waarbij een bijna militaire training centraal stond. Dat werd nog noodzakelijker toen de nazis in 1933 aan de macht kwamen en het voor veel joden duidelijk werd dat ze Duitsland moesten ontvluchten, wilden ze het overleven.

In 1935 verhuisde Fredy illegaal naar Tjecho-Slowakije, eerst naar Brno en later naar Praag. De introductie van de Neurenberger rassenwetten maakten het voor joden steeds onaangenamer om in Duitsland te wonen. In dat jaar werd ook paragraaf 175, het strafwetartikel tegen homoseksueel gedrag aangescherpt. Het was toen voor iedereen al een tijd duidelijk dat Fredy homoseksueel was.

Fredy Hirsch als sportman in Theresienstadt

Er zijn enkele filmopnamen van Fredy bewaard gebleven. We zien een afgetrainde jongeman, donker haar dat keurig in de plooi zit, ontbloot bovenlijf die verschillende turnoefeningen doet op een veld in de openlucht. Zijn dit opnames die gemaakt zijn voor de propagandafilm die de nazi’s in Theresienstadt maakten?

Verbazingwekkend is ook dat Fredy vrijwel altijd open over zijn homoseksualiteit was. Soms gaf dat uiteraard problemen, maar nog verbazingwekkender is eigenlijk dat het ook heel vaak gewoon geaccepteerd leek – zo was hij nu eenmaal kennelijk en er viel niks aan te veranderen. Ook in de Makkabi werd er wel over en met hem over gesproken maar kennelijk wist hij iedereen te overtuigen dat het geen probleem was in zijn werk met jongeren omdat hij zich van relaties zou onthouden. Maar ongetwijfeld zal hij steeds extreem op zijn hoede zijn geweest dat zijn contacten met jongeren geen aanleiding tot verkeerde speculaties gaven. Later, in het kamp probeerden enkele vrouwen hem nog hardnekkig aan een tweetal aantrekkelijke dames te koppelen, maar het volstrekte mislukken van deze pogingen werd na al die jaren door de toenmalige kinderen die dat echt wel doorhadden met enige gegrijns vermeld. In de literatuur over Fredy vinden we nergens een relatie tussen Fredys werk met jongeren en zijn homoseksualiteit. Toch zou het me niet verbazen als die er wel was, in een periode dat de ‘pedagogische eros’ in homoseksuele kringen opgeld deed en homoseksuele mannen zich inzetten bij de opvoeding van adolescente jongens. Er is overigens geen aanwijzingen dat zijn voorkeur naar jongeren uitging, al waren er vage beschuldigingen. Ja, hij had zeker relaties, al zijn de bronnen niet duidelijk met wie en waar. Kämper houdt het vaag. De Tsjechische historici Anna Hájková en Alena Mikovcová vonden in de archieven van de Makkabi in Brno en in interviews met overlevenden dat Fredy tussen 1936 en 1939 in Brno samenwoonde met zijn vriend Jan (Jenda of Honza) Mautner (geb. 19 november 1912 in Boedapest), een student medicijnen. Hij omschreef het als de gelukkigste tijd van zijn leven. Ook hier zette hij plaatselijke Makkabi groepen op, maakte een programma met veel buitenactiviteiten, organiseerde Makkabispelen en schreef voor de lokale Makkabikrant. In 1939 ging hij naar Praag. Hij kreeg een betaalde baan bij de Makkabi Praag, maar bleef problemen houden met zijn verblijfsvergunning, omdat hij illegaal in het land was. Inmiddels was Tsjechië door de Duitsers bezet. Op dat moment was het nog mogelijk voor joden om uit te reizen naar Palestina. Hij gaf daar les aan jongeren om ze voor te bereiden op het leven in een kibbutz. Een aantal jongens kreeg de mogelijkheid om via Denemarken te ontsnappen. Er kon één leider van de Makkabi mee. Er werd om geloot met luciferstokjes, Fredy verloor en bleef in Praag. Volgens een andere versie van het verhaal won hij, maar koos er voor in Praag te blijven omdat hij ‘zijn’ kinderen niet in de steek wilde laten. De ‘jüdischen Auswanderung’ naar Israël kwam de nazi’s aanvankelijk wel goed uit, maar toen het steeds moeilijker werd de vele joden die weg wilden daadwerkelijk daar te krijgen, veranderde het reisdoel van de ‘jüdische Auswanderung’ in een sinistere ‘eindoplossing’.

Fredy Hirsch en Jan Mautner
Jan Mautner (l) en Fredy Hirsch

Fredy in Theresienstadt.

Op 4 december 1941 werd Fredy naar Theresienstadt gedeporteerd als een van de 22 stafleden die moesten helpen daar een nieuw joods ghetto op te zetten. Jan Mautner volgde in 1942, maar het is niet bekend of ze elkaar ooit nog terugzagen. Terezin,  60 km ten noorden van Praag, was een oude kazerne die door de nazi’s als joods ghetto was aangewezen. Naar de buitenwereld toe wilden de nazi’s het voordoen alsof het een humaan kamp was. Daarom wilden ze ook geen grote groepen joden verder naar het oosten deporteren, met als gevolg dat het kamp overvol werd. Opvallend aan Theresienstadt was dat de joodse gevangenen een zekere mate van zelfbestuur hadden, zij het wel onder bevel van de Duitse bezetters. Fredy werd assistent van Egon Redlich, de leider van de jeugdafdeling. In tegenstelling tot andere kampen was er in Theresienstadt een familieafdeling. De kinderen zaten in een apart gedeelte en konden overdag bij hun ouders zijn. In het kinderblok kregen ze les van Fredy. Die drong er op aan dat de kinderen discipline in alles hanteerden. Ook al was het nog zo koud, alle kinderen moesten zich ‘s ochtends wassen. Ze moesten zichzelf en hun omgeving schoon houden en waar mogelijk buiten doorgaan met hun gymnastiekoefeningen. Fredy kende de eerste les van het concentratiekamp: reinheid en tucht redden levens. Ongetwijfeld heeft dit een aantal kinderen uiteindelijk het leven gered. Dank zij de goede relaties die Fredy met de Duitse kampleiding onderhield konden er in 1943 zelfs Makkabispelen in het kamp georganiseerd; onder de duizenden toeschouwers waren zelfs veel nazibewakers. Toch was Fredy niet helemaal vrij om te doen en laten wat hij wilde. Na een incident werd hij opgepakt, geslagen en op 8 september 1943 voor straf naar Auschwitz gedeporteerd .

Auschwitz-Birkenau

In de loop van 1943 werden meer dan 17.500 joodse gevangenen van het overvolle Theresienstadt naar Auschwitz-Birkenau gebracht. Hier waren de omstandigheden natuurlijk veel slechter: Auschwitz was een vernietigingskamp waar de meerderheid van de gevangenen meteen of op termijn naar de gaskamers werd gestuurd. Toch werd ook hier een deel (blok B IIb) als ‘Familienlager Theresienstadt’ bestemd. Met hetzelfde doel als eerst: om het zgn humane gezicht van de nazi’s te laten zien in het geval dat het Rode Kruis ook hier op inspectie zou komen (wat niet gebeurde). Gevangenen werden gedwongen geruststellende kaarten naar huis te sturen, die doorgaans pas arriveerden als de afzenders al lang vergast waren. Ook in Auschwitz onderhield Fredy goede relaties met de nazikampleiding, waardoor hij voor de kinderen meer voedsel en ruimte kon verkrijgen. Hij zat hoog in de organisatie van het kamp en droeg ondanks zijn jeugdige leeftijd een grote verantwoordelijkheid. Fredy Hirsch drong er bij de kampleiding (de beruchte arts Mengele) op aan ook hier een kinderblok te maken. 700 kinderen kregen hier de ruimte om te spelen en te sporten. Er werd zelfs onderwijs gegeven, ongehoord in een concentratiekamp: Engels en Tsjechisch, letterkunde, er werd theater opgevoerd. Op de witgesausde wanden werden door een iets oudere gevangene die goed kon tekenen zelfs vrolijke figuren getekend, bij voorbeeld uit de Disney tekenfilm Sneeuwwitje. Ze had de film voor de oorlog zo vaak gezien dat ze ze uit het hoofd kon tekenen.

Fredy als sportman

Toch was er wel kritiek op Fredy. Men vond hem arrogant, hij was anders en men wantrouwde zijn intensieve contacten met de Duitsers. Er gingen geruchten dat hij een relatie met een hoge nazi in het kamp had. Ook leek hij wel erg vertrouwelijk met de beruchte kamparts Mengele. In Nederland zou men dit dilemma later ook wel schetsen als dat van een burgemeester in oorlogstijd. Wat moet je: meedoen of in verzet gaan? Effectief was het wel. Fredy viel op als Duitser in Tsjechië: hij zag er uiterst verzorgd en atletisch uit, hij gedroeg zich correct en met autoriteit en bovendien: hij sprak Duits en kende de gewoontes en het systeem van de bezetter. (Overigens leerde hij in al die jaren vrijwel geen woord Tjechisch – een talenknobbel bezat hij niet). Als de SS al op de hoogte was van Fredy’s homoseksualiteit, interesseerde dat hen kennelijk niet. Zelf zou hij het in die tijd wat meer verborgen hebben gehouden.

Het einde.

De gevangenen ontdekten op lijsten met hun namen die bij de kampleiding lagen de letters ‘SB na 6 maanden’: Speciale Behandeling, of wel de gaskamer. 6 maanden na aankomst, dat was dus begin maart 1944. Steeds meer geruchten deden de ronde dat het hele kamp, inclusief het kinderblok, voor de gaskamer was bestemd. Men zou hen zogenaamd naar een werkkamp in de buurt sturen. Sommige gevangenen wilden een opstand beginnen, om dan tenminste strijdend ten onder te gaan. Fredy werd gevraagd de opstand te leiden. Hij vroeg 24 uur bedenktijd. Het was een keuze van de duivel: meedoen met de opstand en ‘zijn’ kinderen in de steek laten, of niet meedoen en ook sterven. 24 uur later was Fredy dood, overleden aan een overdosis slaaptabletten. Het is nooit duidelijk geworden of hij deze zelf had ingenomen, of hij de overdosis per ongeluk kreeg om hem even rustig te houden of dat hij vermoord werd omdat hij te lastig werd. De meerderheid van de gevangenen van het familieblok werd in de maanden daarna vergast. Slechts 1294 overleefden het kamp. De ironie van de geschiedenis wil dat een aantal van hen door Mengele van de gaskamer was gered om ‘tweeling experimenten’ op hen te doen.

Jan Mautner overleefde het kamp. Hij vond een nieuwe liefde, Walter Löwy, een apotheker. Hij overleed in 1951 aan tuberculose.

Na de oorlog vertelden verschillende overlevenden van het kamp hun geschiedenis. Daarin werd steeds gesproken Fredy Hirsch en de belangrijke rol die hij in hun leven had gespeeld. Ze wisten allemaal dat hij homoseksueel was. Maar de tolerantie die zij hadden gold niet voor de communistische autoriteiten in het naoorlogse Tjecho-Slowakije. Ook nu nog figureert hij niet in de officiële geschiedenis van Terezin. Daardoor hij is altijd onbekend gebleven, totdat hij pas onlangs aan de vergetelheid werd ontrukt.

Bronnen

Aharony, Michal : The Unknown hero who saved children at Auschwitz. Haaretz online 5 april 2018

Hájková, Anna : Die Geschichte von Jan Mautner und Fredy Hirsch: Jung, Schwul  – und von den Nazis ermordet. Der Tagesspiegel online 31 augustus 2018.

Hájková, Anna: Fredy Hirsch’s lover. Could a homosexual love survive Theresienstadt? https://www.tabletmag.com/jewish-arts-and-culture/282479/fredy-hirschs-lover

Kämper, Dirk: Fredy Hirsch und die Kinder des Holocaust. Die Geschichte eines vergessenen Helden aus Deutschland. Zürich 2015.

Fredy Hirsch. Wikipedia.

De foto van Jan Mautner is gereproduceerd met vriendelijke permissie van het Provinciaal Archief van Moravië in Brno, B 26, Policejní reditelství Brno, box nr.3373, fol. 263-263a.

ZDF-History: Ein deutscher held: Fredy Hirsch und die Kinder des Holocaust. https://www.zdf.de/dokumentation/zdf-history/ein-deutscher-heldfredy-hirsch-und-die-kinder-des-holocaust-100.html



Heidenen in het RMO

Heidense Heiligdommen wordt gepresenteerd in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Dat is deels ‘for sentimental reasons’. Ik kom al sinds mijn zesde (toen had ik nog nachtmerries van mummies) en veel regelmatiger sinds mijn zestiende in het museum. Toen ik studeerde kwam ik er vrijwel wekelijks, zo niet vaker. Twee herinneringen: als je binnenkwam door de poort kwam je op een grote sombere binnenplaats, tegenwoordig overdekt, waar nu de tempel van Taffeh staat. Links was een groezelige fietsenstalling en in het midden in een al even mottig grasveldje, lag sinds 1922 de ‘germaanse’ put, die Romeins bleek te zijn en uit Grevenbicht kwam, en daar in 1977 ook weer naar terug ging.

Tweede herinnering: in 1972 schreef ik een scriptie over het bronsdepot van Wageningen, een van de belangrijkste vondsten uit de vroege bronstijd. De stukken moesten niet alleen getekend worden (door mij) maar ook gefotografeerd (door de fotograaf Meuzelaar). In het RMO werd de vitrine aan de achterkant opgemaakt, ik pakte de stukken, wikkelde ze in papier en vervoerde ze lopend in een plastic VenD tasje van het Rapenburg naar de Breestraat. Zo ging dat toen.

Het RMO heeft ook een aantal voorwerpen die aan niet-christelijke gebruiken herinneren. Omdat het lastig was deze voor kortere tijd uit de collectie te halen, laat ik er hier een paar zien.

Beretand uit Wiewerd

Er zijn vooral veel amuletten bij: ze moesten de drager tegen het kwaad beschermen, dan wel het goede bewerkstelligen. Amuletten waren er in vele soorten en maten: dierentanden, kralen en bollen van bergkristal of barnsteen, kralen.

Bol van bergkristal, Rhenen

Magische zwaardkraal uit Rijnsburg

Dieren waren belangrijk: ze symboliseerden vruchtbaarheid en voortplanting. Vooral het paard en de stier golden als zodanig.

Het Romeinse stiertje uit Beilen heeft drie hoorns. Daarmee is het voor Nederland uniek. Stiertjes maar ook paarden met drie hoorns vinden we vooral in Gallië en Engeland: ze horen kennelijk thuis in het ‘Keltische’ gebied. Miranda Aldhouse-Green koppelt ze aan een hele serie beelden (ook menselijke/goddelijke) in drievoud, ze noemt ze triaden. In drievoud heeft het beeld meer macht, en verwijst naar extra heilige kracht.

Paardje, Breda

Ook het paard stond voor kracht, vruchtbaarheid en macht. Dit paardje is in Breda gevonden en dateert uit de Romeinse tijd. Het paard stond in groot aanzien bij de Germanen. Er zijn veel ceremoniële paardegraven gevonden. Een van de oud-Noorse liederen bezingt de heldendaden van het gedroogde hengstenlid, de VVölsi.

Donarkeule uit Dorestad

Ook de zgn Donarkeule stonden voor kracht en gezondheid; ze werden (van de Oekraïne tot Nederland) vooral bij vrouwen in het graf meegegeven. Soms werd daarbij ook nog een kaurischelp meegegeven.

De ruiterfibula afkomstig uit het grafveld van Rhenen verwijst wellicht naar een bovennatuurlijke macht (type ‘Wodan’) te paard.

Houten kop Heiloo

Het houten hoofd uit Heiloo dateert mogelijk uit de 7e eeuw, het lijkt veel op Scandinavische voorbeelden uit de 5e-7e eeuw. De koffieboonvormige open mond en de volgeblazen wangen moeten kracht en levensvreugde uitstralen (naar Lange 2017). Dit houten beeld is niet te zien in het RMO

Dit zilveren beeldje werd in de 19e eeuw aangekocht door het RMO. Het is gevonden in het karolingische gedeelte van Dorestad. Gezien de koffieboonvormige ogen en de vorm van het haar zou het afkomstig kunnen zijn uit Scandinavië en is dan mogelijk door een Viking rover of handelaar meegenomen.


Heidense Heiligdommen

Januari 2020 Artikel over Heidense Heiligdommen in het Reformatorisch Dagblad leest u hier.

Vier sterren voor Heidense Heiligdommen in Trouw van 15 mei 2019. Wetenschappelijk inzicht in Neerlands heidense verleden

Marijke Laurense

Joost mag weten wat je eraan hebt, maar wat een verrukkelijke logica. Marijke Laurense

De auteur

Historica Judith Schuyf (1951) is vooral bekend om haar onderzoek naar de emancipatie van lesbiennes, homo- en biseksuelen en transgenders. Zo publiceerde zij over de vervolging en het verzet van homoseksuelen tijdens het nazisme; ook schreef ze (mee aan) heel wat stukken voor een roze overheidsbeleid. Daarnaast liet ze als landschapsarcheologe van zich horen, met onder meer ‘Heidens Nederland’ (1995).

De thematiek

Met ‘Heidense heiligdommen’ geeft Schuyf een vers overzicht van hoe het nu, bijna 25 jaar na Heidens Nederland, staat met het wetenschappelijke inzicht in ons heidense verleden. Want hoewel de tand des tijds ondertussen natuurlijk genadeloos heeft doorgeknaagd, is ook de kennis gegroeid, dankzij digitale databanken, verfijndere onderzoeksmethodes (zoals pollen- en isotopenonderzoek) en het verdrag van Malta, waardoor de bodem eerst onderzocht moet worden voordat er ergens een nieuwe woonwijk of snelweg gebouwd mag worden.

Daarnaast: heidendom is hip. Welke VVV zou niet dolgraag een spirituele trekpleister à la Stonehenge in de aanbieding willen hebben?

Dus zet Schuyf eens rustig op een rijtje wat in ons landschap en in onze plaatsnamen inderdaad mag bogen op een heidens verleden. En dan gaat het over heuvels, bronnen, zwerfkeien en heilige bomen en wat er mogelijk waar is aan de vaak huiveringwekkende verhalen erbij over rituele mensenoffers. Wat weten we nu echt over de religieuze beleving in de Lage Landen voor de komst van Willibrord en Bonifatius, waarover indertijd uitsluitend afkeurend is geschreven? En wat is er met al die prechristelijke plekken en verhalen gebeurd voor- en nadat onze contreien uiteindelijk helemaal gekerstend waren?

Om te beginnen is er veel vernield: u kent ongetwijfeld het verhaal dat Bonifatius een heilige eik omhakte. Ook werd het streng verboden om de doden te cremeren, bij een bron of heg te bidden of (speciaal voor vrouwen) de toekomst te voorspellen. Maar de katholieke kerk paste ook heel pragmatisch menig oud gebruik aan, getuige bijvoorbeeld de talloze magische, geneeskrachtige bronnen die aan fatsoenlijke heiligen als Willibrord, Maria en Odilia werden gewijd.

Opvallendste stelling

De strijd tegen de heidenen en hekserij kwam pas echt op scherp te staan na de Middeleeuwen: zowel het rationalisme als het protestantisme was bijzonder allergisch voor elke vorm van bijgeloof en afgoderij, waartoe ook alle ‘paapse stoutigheden’ werden gerekend. Zo zijn er, tot groot verdriet van archeologe Schuyf, na 1580 opnieuw veel heidense heiligdommen bewust gesloopt. Een recent voorbeeld: eind 1996 heeft bij Staphorst iemand onder verwijzing naar Richteren 6 een pas ontdekte ‘wonderden’ omgezaagd, die drommen pelgrims trok.

Kernzin

‘Het heidendom bestond niet als zodanig, alleen voor zover het in de opvattingen van de Kerk gedefinieerd werd als dat van de Ander, het niet-christendom als het ware.’

Redenen om dit boek niet te lezen

Een register zou van dit boek ook een handig naslagwerk hebben gemaakt; nu moet u zich door veel opsommingen worstelen voor het verhaal over een bepaalde plek. En weet u zo uit uw hoofd wat vaktermen als ‘depositie’ en ‘inhumatie’ betekenen?

Ook zult u zich storen aan Schuyfs nuchter-wetenschappelijke, licht ironische benadering als u spiritueel gegrepen bent door het heidendom of juist elke vorm van bijgeloof en volksdevotie des duivels vindt.

Redenen om dit boek wel te lezen

Heidense heiligdommen geeft een vermoedelijk compleet overzicht van waar in Nederland u de prehistorie nog kunt vinden en dat blijkt verbazend vaak vlak om de hoek te zijn.

Schuyf maakt een fascinerend stuk cultureel en religieus erfgoed toegankelijk voor iedereen die zijn algemene ontwikkeling op peil wil houden. Haar betoog is helder en aannemelijk, de foto’s en de lokale legendes zijn fraai, en heerlijk zijn de vele weetjes. Ooit geweten waarom Hemelvaart altijd op een donderdag valt of dat je met een simpel veerooster de duivel met zijn bokkenpoten buiten de deur kunt proberen te houden?

boek cover

Judith:

Op 16 mei 2019 verschijnt Heidense Heiligdommen bij uitgeverij Omniboek. Het boek gaat uitgebreid in op de vraag wat wij weten over religieuze opvattingen en praktijken vanaf circa 300 voor het begin van de jaartelling tot het heden, die buiten de christelijke belevingswereld vielen. Dit gaat aan de hand van vier vragen:

  • wat weten we over religieuze beleving in de lage landen voor de christianisering?
  • wat gebeurde er met de prechristelijke elementen tijdens en in de eeuwen na de kerstening?
  • in hoeverre kunnen we iets zeggen over het proces van bewuste en onbewuste herhaling en hertaling van het prechristelijke?
  • welke zichtbare fenomenen herinneren daar vandaag de dag nog aan?

ISBN 9789401914338.

Heidense heiligdommen. Zichtbare sporen van een verloren verleden

Judith Schuyf, met foto’s van Sjaan van der Jagt

Omniboek, 336 blz., € 24,99

****