Hans Scholl-Leve de vrijheid!

Hans Scholl
Hans Scholl

Tussen 27 juni en 12 juli 1942 werd een viertal pamfletten per post onder enkele honderden ‘zorgvuldig gekozen’ personen in Duitsland verspreid. De anonieme vlugschriften riepen in nogal hoogdravend en zeer intellectueel proza vol citaten van bekende Duitse dichters op tot passief verzet tegen Adolf Hitler. De pamfletten spraken over de willekeur van het nazi-regime, van de onverenigbaarheid van de nazistaat met de hoogstaande geschiedenis van het Duitse volk, maar ook van de moord op ruim 300.000 joden in Polen. Het eerste pamflet eindigde met een gedicht van Goethe en de woorden Freiheit! Het vierde vlugschrift eindigde met de zin Wir schweigen nicht, wir sind Euer böses Gewissen, die Weisse Rose lässt Euch keine Ruhe!

Na de Duitse nederlaag bij Stalingrad waarbij 300.000 militairen de dood vonden volgden in februari 1943 twee nieuwe vlugschriften, nu afkomstig van de ‘Widerstandsbewegung in Deutschland’. Hitler kan de oorlog niet winnen, alleen verlengen! En weer werd opgeroepen  tot Freiheit: vrijheid van woord en overtuiging, bescherming van de individuele burger tegen de willekeur van misdadige staten, dat zijn de grondvesten van het nieuwe Europa.

DDR postzegel met Hans en Inge Scholl

Het zesde pamflet, nu in een oplage van enkele duizenden,  werd onder andere op de Universiteit van München verspreid door het in het trappenhuis neer te laten dwarrelen. Dat werd de twee verspreiders noodlottig: de conciërge, die lid van de NSDAP was, greep hen in de kraag en waarschuwde de Gestapo. Het waren broer en zus Scholl, Hans en Sophie, 24 en 21 jaar oud. Verzet, ook al was het beschaafd en geweldloos, kon het regime niet hebben. In een onbeschaamd snel tempo werden de Scholls verhoord, enkele medestanders opgepakt en in een schijnproces dat nog geen drie uur duurde ter dood veroordeeld. Nog dezelfde middag, 22 februari 1943, eindigde hun leven op het schavot. Van het proces is niet veel overgebleven, wel zijn de laatste uren van Hans, Sophie en hun medestrijder Christian Probst goed gedocumenteerd. Hans’ laatste woorden waren ‘Es lebe die Freiheit! Op 19 april werden nog drie leden van de groep ter dood veroordeeld, Alexander Schmorell, Willi Graf en professor Kurt Huber. Huber, die beduidend ouder was dan de anderen, studenten, was de auteur van de pamfletten 5 en 6.

Alexander Schmorell

In de laatste decennia is er veel aandacht voor de Weiße Rose  geweest, als een van de weinige verzetsgroepen tegen Hitler. De jonge verzetsmensen – de meesten waren nog geen 25 jaar – spraken tot de verbeelding, en het feit dat een van hen een aantrekkelijk jonge vrouw was evenzeer. Er kwamen postzegels, verschillende boeken en films, met name over Sophie, die toch vooral een vrouwelijke, ondersteunende rol speelde.

De herinnering aan de groep werd vooral levend gehouden door de overgebleven leden van de familie Scholl. De oudste zuster Inge beheerde het archief, dat alleen al in het geval van Hans Scholl uit 799 dozen (!) bleek te bestaan, met daarin heel veel (niet bijster goede) gedichten, dagboeken, foto’s, en zijn bibliotheek met aantekeningen. Volgens zijn zus was Hans altijd al ‘mitteilungsbedürftig’ geweest. Inge Scholl schreef al in 1947 een roman over de groep onder de titel Die Weiße Rose. Daarmee was het standaardverhaal gemaakt. Inge vermeldde wel dat Hans in 1937 een aantal weken in de gevangenis had gezeten wegens lidmaatschap van een verboden jeugdorganisatie maar vermeldde daarbij niet dat hij behalve dat ook wegens homoseksualiteit was opgepakt. Voor het grote publiek (inclusief de Nederlandse Wikipedia) is Hans de geschiedenis ingegaan als heteroseksueel. Er is nu een nieuw boek, van (dominee) Robert M. Zoske, Flamme sein. Hij maakt gebruik van de papieren die Inge Scholl niet in haar boek heeft opgenomen, waardoor behalve de religieuze en intellectuele ontwikkeling van Hans Scholl ook de invloed die de hechtenis voor Scholl heeft gehad in een breder perspectief wordt gezet.

Flamme sein geeft een portret van Hans Scholl als jonge man. Dat heeft de makke dat hij maar 24 is geworden. Normaliter kun je als puber een vat vol tegenstrijdigheden zijn en valt dat verder niet op, omdat je in het latere leven wel weer de kans krijgt dat recht te zetten. Maar juist door al deze dagboeken en nagelaten papieren komen de twijfels en overtuigingen van Scholl uitvergroot voor het voetlicht. Twijfels over wie hij is, bij wie hij zich aansluit, en zeker niet in de laatste plaats twijfels over zijn seksuele voorkeur. Maar ook: hij begon als overtuigd aanhanger van de nieuwe orde van de nationaal-socialisten in Duitsland, was tegelijkertijd lid van een onafhankelijke jeugdbond, was homoseksueel en tegelijk zeer gelovig, droomde van een carrière in het leger als officier.

Tegenstrijdigheden.

Hans en zijn broer Werner

In 1933 werd Hans Scholl lid van de Hitlerjugend (HJ). Ook zijn zussen en broer waren lid van een nazistische jeugdorganisatie. Dat hadden ze zeker niet van thuis meegekregen, vader was overtuigd antinazi, maar het geeft aan hoe het nazi gedachtegoed jonge mensen aansprak. Hans maakte zelfs snel carrière en werd in 1935 ‘vaandeldrager’ over 150 jongens. Tegelijkertijd deed hij iets wat korte tijd later, in februari 1936, streng verboden werd: hij werd lid van een onafhankelijke jeugdbond, dj.1.11, met een eigen groep de Trabanten (dat betekent zoiets als dienaar, trawant in een vriendelijker betekenis van het woord). De naam van de jeugdgroep de Trabanten is afkomstig uit een zeer invloedrijke reeks gedichten van Stefan George, De ster van het verbond, geschreven als een hymne op het Duitse nationalisme in de eerste wereldoorlog, ‘Wer je die flamme umschritt/bleibe der flamme trabant.’

Die jeugdbonden waren in Duitsland ontstaan als reactie op de ellende van de eerste wereldoorlog en hadden ten doel in volle vrijheid nieuwe verbanden onder jongeren te scheppen. Dj.1.11. was een bijzondere vereniging, ze deden meer dan buiten kamperen en sporten; ze lazen Rilke, Zweig en ook Stefan George; ze componeerden, zongen, gingen liftend op reis en overnachten in hun eigen speciale tenten, de zwarte vierkante ‘Kothen’ die oorspronkelijk uit Finland kwamen. In 1936 was Hans de aanvoerder van een groepje van tien Trabanten die per trein en liftend een reis naar Stockholm maakten.

Hans zag op dat moment weinig verschil tussen de Duits-nationale opvattingen van de nationaalsocialisten en zijn jeugdbond. En misschien was er naar huidige maatstaven niet zoveel verschil, maar wilden de nazi’s alles onder hun controle houden. Aktie en discipline hoorden zowel bij de jeugdbonden als bij de HJ. Beiden waren een mengeling van avontuur en Männerbund. Het was zeker niet in de laatste plaats de aantrekkingskracht van mannen onder elkaar die Hans Scholl fascinerend vond. Het gevolg laat zich raden. Toch was de arrestatie van Scholl in 1937 het gevolg van een ongelukkige samenloop van omstandigheden. De Gestapo maakte jacht op personen die ze van bündnische sympathieën verdachten. Als ‘bijvangst’ kregen ze te horen dat twee van de Trabanten, waaronder Hans’ jongere broer Werner, tot homoseksuele handelingen waren verleid door een van de jeugdleiders, Ernst Reden. Ook de 15jarige Rolf Futterknecht werd opgepakt. Deze verklaarde in 1936 en 1937 regelmatig ‘ontuchtige handelingen’ met Hans Scholl (die toen 17 was) te hebben gepleegd. Op 11 november 1937 viel de Gestapo verschillende huizen binnen van mensen die verdacht werden van ‘bundnische’ sympathieën. In het huis van de familie Scholl werd belastend materiaal gevonden, brieven en boeken. Sommige van die brieven maakten deel uit van een correspondentie tussen Hans Scholl en een 65jarige homoseksuele Zweedse officier, Max Schürer von Waldheim, die hij bezocht had tijdens zijn bezoek aan Stockholm. Mede door deze correspondentie werd Scholl niet alleen aangeklaagd wegens het lidmaatschap van de verboden jeugdorganisatie, maar ook wegens overtreding van de beruchte artikelen 175 en 175a, die homoseksueel contact verboden voor meerderjarigen en tussen personen in een gezagsrelatie. Via de in beslag genomen correspondentie was een homonetwerk zichtbaar geworden, waarin behalve Scholl en Schürer von Waldheim ook nog de leider van het reisbureau van de Reichsjugendführung, Georg von Schweinitz, en Scholls vriend in de jeugdbond Ernst Reden zichtbaar werden.

Scholl nam de schuld op zich voor het seksueel contact met Futterknecht, hij gaf wel toe dat het een ‘Schweinerei’ was geweest, maar zijn motief was ‘de grote liefde die ik voor Futterknecht had’. Later zou Scholl nooit meer iemand als zijn ‘grote liefde’ betitelen. Verschillende malen had hij geprobeerd met het gedrag op te houden, maar hij kon het niet laten. Hij schreef zijn ouders dat hij had gehoopt zich ‘met onvermoeibare arbeid weer schoon te kunnen wassen.’

De processen-verbaal van de verhoren zijn bewaard gebleven. We kunnen lezen dat het verhoor niet veel anders verliep dan bij de reguliere politie in die jaren – in de tekst is geen sprake van wat wij ons bij Gestapo methoden voorstellen. De vragen, de antwoorden en de beschrijvingen komen ons bekend voor. “Op een nacht tijdens het paaskamp, toen we net met onze gezichten naar elkaar gedraaid lagen, begon Scholl met mijn geslachtsdeel te spelen, nadat hij mijn trainingbroek naar beneden had gedaan. In die nacht ging het wat verder, omdat hij zijn trainingsbroek ook naar beneden stroopte en zijn blote deel tussen mijn blote bovenbenen drukte. Daarbij werd zowel mijn als zijn lid stijf. Na enige tijd voelde ik nattigheid tussen mijn benen en ik neem aan dat Scholl toentertijd een zaadlozing heeft gehad. Bij mij was alleen mijn lid stijf; ik had geen zaadlozing.’ Etc etc. Zo verklaarde Futterknecht dat hij zelf niet homoseksueel was –een uitspraak waar de Gestapo overigens aan twijfelde omdat beiden gedurende enkele jaren met elkaar hadden gekampeerd en reizen gemaakt. Op 15 december 1937 werd Hans Scholl in Untersuchungshaft genomen. Er volgden bezoeken en brieven met zijn ouders, die hem vanuit hun geloof ondersteunden. Hans’ vader en zijn directe militaire meerdere intervenieerden met succes ten gunste van hem. Het probleem was, aldus de laatste, dat er een zekere gezagsverhouding had bestaan tussen Hans (als vaandeldrager van de troep) en de jonge Rolf. Als dat niet zo was geweest, had men de hele zaak zo onder de tafel geschoven. Maar met dit argument was men duidelijk op de goede weg gekomen. Op 30 december 1937 werd hij uit het voorarrest vrijgelaten en keerde terug naar de kazerne waar hij als soldaat diende. Hij moest nog tot juni 1938 wachten tot zijn zaak voor het Sondergericht diende, dat waren gerechten buiten de normale rechtsgang om, die ten doel hadden anders-denkenden en -voelenden als ‘Volksschädlinge’ uit te sluiten. Maar Scholl maakte een goede indruk, hij kwam totaal niet staatsgevaarlijk over. De ontucht hoefde niet zwaar bestraft te worden, het leeftijdsverschil was gering, en Futterknecht maakte de indruk dat hij tegenover dit soort dingen niet onervaren of afwijzend te staan.’ Ten tijde van het gebeurde (nl voor de aanscherping van art 175) was dit gedrag niet eens strafbaar. Kortom, Scholls handelen was een ‘jeugdige dwaasheid van een overigens keurig net en ook geslachtelijk normaal voelend mens, dat dit soort dwaasheden overwonnen had.’ Hij verdiende ‘niet meer dan een maand gevangenisstraf’ en kwam daarom in aanmerking tot kwijtschelden van de straf, sinds straffen van korter dan een maand niet ten uitvoer hoefden te worden gebracht. Zo keerde hij terug naar de cavaleriekazerne. Hij ging medicijnen studeren, maar bleef onder dienst, het leger had behoefte aan artsen. Hij woonde in München afwisselend in de kazerne en op kamers en moest zich af en toe als hospik inzetten.  

Hans en Sophie Scholl met Christian Probst

Hans Scholl was er dus licht vanaf gekomen. Toch waren de gevolgen groot. Scholl schaamde zich diep. Het is duidelijk dat het incident voor grote verwarring bij hem had gezorgd. Met zijn persoonlijke leven komt het daarna niet erg op orde. Op mij maakt het de indruk dat hij hardnekkig probeerde uit te vinden wat heteroseksualiteit was. Dat hij dat vooral door vriendschappen met 14 en 15 jarige meisjes probeerde met wie hij nadrukkelijk geen seks had, maakt deze pogingen des te moeizamer. Ook als hij op een iets hogere leeftijd overschakelt, wil het maar niet lukken: de dames vinden hem saai en niet echt geïnteresseerd in hen. Hij wil vriendschap, maar niet dat man-en-vrouw gedoe. Pas vlak voor zijn dood heeft hij een kortstondige relatie met een vrouw van zijn leeftijd, maar het is niet duidelijk of deze relatie seksueel was. Hij zegt tegen zijn ouders dat hij zich had voorgenomen ‘rein te blijven’, maar het is niet duidelijk of hij dit nu onder invloed van het christendom deed, of om de ‘naamloze zonde’ stil te houden.

Alexander Schmorell en Hans Scholl in dienst

Hoe hij het ook met meisjes probeerde, zijn diepste vriendschappen bleven met mannen: in 1939-40 met Hellmut Hartert en vanaf 1941 met Alexander Schmorell. Met Hartert onderhield hij een ‘bijzonder nauwe vriendschap’ die op wederzijdse aantrekking was gebaseerd. Ze gingen samen op vakantie en woonden ook een tijdje samen, tot Hans heftig verliefd werd op de 15 jarige dochter van een vriend van Helmut. Volgens mensen in zijn omgeving was Helmut hierdoor ‘mateloos teleurgesteld’ en het zorgde voor een verwijdering tussen de vrienden.

Door de gebeurtenissen rond de arrestatie en rechtszaak raakte Scholl steeds verder van het nationaalsocialisme af. Hij veranderde ook van gedachten: zijn individualisme, natuurmystiek en toenemende christelijke vroomheid stond ver af van de collectieve en blut-und-boden gedachten van de nazi’s. Wat zeker ook een grote rol speelde in dit proces was dat het studentenbataljon van de Universiteit in de zomer van 1942 een aantal maanden naar het oostfront in Rusland werd gestuurd. Hier zag Hans Scholl met eigen ogen hoe verwerpelijk het legeroptreden van de nazi’s was.

Scholl las veel auteurs van uiteenlopende stromingen, die tezamen zijn denken beïnvloedden. De laatste was Thomas Mann, die vanuit de Verenigde Staten radioboodschappen naar Duitsland stuurde. Mann en Scholl hadden een gemeenschappelijke visie van een nieuw Duitsland in een vrij Europa, dat deel zou uitmaken van een vreedzame wereld. Uiteindelijk had de Weiße Rose weinig impact. Daarvoor was het toch te kleinschalig, te elitair en wilde het Hitler wel weg hebben, maar nam het geen afstand van het conservatisme waaruit deze was voortgekomen.

Verder lezen:

  • Herzer, Manfred, 2008, Hans Scholls große Liebe, Capri 40, 2-21;
  • Herzer, Manfred, 2015,  Hans Scholls religiöse und sexuell Entwicklung’, Capri 49, 123-132
  • Kühne, Thomas, Friendship into Comradeship. Gang Culture, Genocide, and Nation-Building in Germany, 1914-1945.
  • Zoske, Robert, 2018, Flamme Sein! Hans Scholl und die Weiße Rose. Beck, München.


Dilemma’s rond een website

Momenteel maak ik de inhoud van een nieuwe digitale tentoonstelling van het Nationaal Comite 4en5 mei rond het thema Homoseksualiteit in de tweede wereldoorlog. Het Comité is met die digitale tentoonstellingen  begonnen om meer aspecten rond persoonlijke levens gedurende de oorlog aan de orde te kunnen stellen voor een uiteenlopend publiek. Visuele en schriftelijke bronnen krijgen veel aandacht.

Met dit onderwerp heb ik me de afgelopen twintig jaar af en aan beziggehouden en alle haken en ogen er omheen zijn me goed bekend – maar dat wil niet zeggen dat ze opgelost zijn, al is de focus wellicht wat verlegd. In willekeurige volgorde zijn dit enkele dilemma’s:
– Wat hebben homoseksualiteit en de tweede wereldoorlog eigenlijk met elkaar te maken?
– In Nederland is er toch nauwelijks iemand vervolgd wegens homoseksualiteit, dus waarom moet je hier aandacht aan besteden?
– Kan je de lotgevallen van mensen in de oorlog eigenlijk wel schetsen rond een beperkt aspect als seksuele voorkeur? En wie komt er dan wel of niet in aanmerking?

Geen ruimte voor afwijkend gedrag

Raid op het Institut fuer Sexualforschung te berlijn, 1933

Raid op het Institut für Sexualforschung te Berlijn, 1933. Dit instituut onder leiding van Hagnus Hirschfeld was een van de eerste slachtoffers van de homohaat van de nazis.

Hugo Praebitzer

Bij veroordeling tot het concentratiekamp werden foto’s van de gevangenen gemaakt, met de reden van hun veroordeling erbij. Zo kennen we enkele homoseksuele mannen, zoals deze Hugo Praebitzer

Roze driehoeken

Systeem van driehoeken waarmee de nazi’s de verschillende soorten kz gevangenen onderscheiden. Homoseksuelen hadden doorgaans een roze driehoek, als ze Duitser waren.

Seksualiteit en genderpolitiek waren een belangrijk aspect van de ideologie van de nationaal-socialisten. De nazi-staat was er mee verweven. Daarbij hanteerden ze uiterst traditionele en conservatieve opvattingen over genderstereotyp gedrag en gendergebonden taken. De grensbewaking was gebaseerd op intimidatie, terreur en uitsluiting. Zeker in het begin van de nationaal-socialistische periode, eind jaren twintig en begin jaren dertig, was er een diffuse grenslijn tussen wat acceptabel en niet-acceptabel was, tussen de kameraadschappelijke erotiek van de Männerbund en de gevaren voor het voortbestaan van het ‘gezonde volk’. De eerste homoseksuelen die gearresteerd werden en in de vroege concentratiekampen terecht kwamen waren travestieten en hoerenjongens. Veel homoseksuele mannen werden aangegeven door hun buren. Vrouwen werden geacht hun mond te houden en zich voort te planten. Wie dat weigerde wachtte straf als ‘asociale’.

Relevantie voor Nederland

De situatie in Nederland aan de vooravond van de Duitse bezetting was niet bepaald homovriendelijk. In het wetboek van Strafrecht stond paragraaf 248bis, die seksueel contact tussen een meerderjarige en een minderjarige verbood. De grens van meerderjarigheid lag bij 21 jaar. Wanneer de betrokken minderjarige jonger dan 16 jaar was, trad artikel 247 in werking. De artikelen golden voor beide geslachten. Hoewel meerderjarige homoseksuelen dus op papier weinig te duchten hadden, viel dat in de praktijk tegen. Veel politiekorpsen hielden lijsten van homoseksuele mannen bij, bij voorbeeld wanneer zij betrapt werden op overtreding van het beruchte ‘5 minuten artikel’ bij waterplaatsen. Ook werden mannen (en ook wel vrouwen) aangegeven bij de politie door familie of beuren, ook al hadden ze niks misdreven.

Tiemon Hofman rond de tijd dat hij gearresteerd werd

Tiemon Hofman rond de tijd dat hij gearresteerd werd

Meteen na de Duitse bezetting werd al heel snel de Duitse verordening 81/40 uitgevaardigd, die alle seksueel contact tussen mannen verbood. De uitvoering werd overgelaten aan de Nederlandse politie, tenzij er sprake was van een Duits belang, bij voorbeeld wanneer een van de betrokkenen een Duitser was, of wanneer de betrokkene joods was. Ook mensen die opgepakt werden wegens een overtreding, zoals luisteren naar de Engelse radio, liepen een risico aan de SD te worden overgedragen. Zo kwamen de lijsten die de Nederlandse politie had, handig van pas. Op basis van verordening 81/40 werden, net als in Duitsland, vooral jonge jongens opgepakt, die men verdacht in the ‘business’ te zitten. Zo werd ook Tiemon Hofman (link) opgepakt.

 

Naar het concentratiekamp

Joden die de politie kende als homoseksueel, werden versneld opgepakt en aan de SD overgedragen. Zo weten we van tenminste 14 joodse homoseksuelen die vermoord werden in Auschwitz of Sobibor. Om kwam ook Percy Gothein, een Duitse schrijver die tijdelijk in Nederland verbleef. In Duitsland werd hij al in de gaten gehouden wegens homoseksueel gedrag. Daarnaast had hij contacten met enkele Duitse verzetsgroepen tegen Hitler.

Castrum peregrini in 1943. Onderste rij 2e v.l.:Gothein; bovenste rij geheel links: Vincent Weyand.

Castrum Peregrini in 1943. Onderste rij 2e v.l.:Gothein; bovenste rij geheel links: Vincent Weyand.

Of dit de reden was van zijn arrestatie is niet duidelijk, volgens andere berichten werd hij op 30 juli 1944 ‘in flagrante’ opgepakt, in bed met twee jongens. Inderdaad werden tegelijkertijd twee jongens opgepakt, van wie een, de half-joodse Vincent Weyand in februari 1945 in Buchenwald stierf. Gothein overleed in concentratiekamp Neuengamme. (Zie  Marita Keilson-Lauritz Centaurenliefdee, in Het begint met nee zeggen, 2006). Tot zover zijn er voor mij weinig dilemma’s over de relevantie van homoseksualiteit voor een deel van de slechte afloop van deze oorlogsgeschiedenissen.

Verzet

De geschiedenis van de tweede wereldoorlog is er echter niet alleen een van vervolging, maar ook van verzet. Daar wordt het dilemma groter. Want in hoeverre was homoseksualiteit een factor bij de beslissing tot verzetsdeelname? En was seksuele voorkeur een relevant gegeven in het leven van de betrokkene?
Er is slechts één verzetsdeelnemer bij wie dit onherroepelijk vast staat: beeldend kunstenaar Willem “Tiky” Arondéus, een van de deelnemers aan de overval op het Amsterdamse bevolkingsregister op 27 maart 1943. Er waren meer leden van de verzetsgroep van Gerrit van der Veen homoseksueel, sommigen zoals Frieda Belinfante vrij openlijk, anderen niet open, maar Arondéus vraagt vlak voordat hij geëxecuteerd zal worden op 1 juli 1943 aan zijn vriendin Lau Mazirel de buitenwereld te laten weten ‘dat homo’s niet minder moedig hoefden te zijn dan andere mensen.’

Vriendenkring. Geheel rechts Willem Arondeus

Vriendenkring. Geheel rechts Willem Arondéus

Om deze groep te illustreren besteden we in de tentoonstelling aandacht aan Arondéus en Belinfante. Er waren andere verzetsmensen, van wie we nu weten dat ze homoseksueel waren, maar waar we niet van weten hoe relevant dat voor hun verzetsdeelname was. Willy Niemeijer, de Groningse industrieel, kwam om in Neuengamme. Han Stijkel was een vriend van jhr Schorer, de oprichter van de eerste Nederlandse homorechtenorganisatie, het NWHK, en was al vroeg bezig met de strijd tegen het fascisme, ook in Spanje. Hij hielp Schorer in mei 1940 het archief en de ledenadministratie van het NWHK te vernietigen. Later had hij zijn eigen verzetsgroep, die informatie naar Engeland overbracht. Ook hij werd in juli 1943 gefusilleerd. Van verzetsman Tom Rot weten we, dat hij zijn homoseksuele activiteiten in de oorlog bewust stopzette, om geen extra risico te lopen.

Verschillende mensen van het eerste uur van het COC hebben in het verzet gezeten. Dat heeft er mede toe bijgedragen dat het COC na de oprichting eind 1946, dit jaar 70 jaar gelden, tamelijk welwillend door de autoriteiten – nog steeds niet bijster homovriendelijk – werden bejegend. Hun ervaringen in de oorlog zullen zeker bijgedragen hebben aan het nemen van meer maatschappelijke risico’s na de oorlog. Van Benno Premsela, die ondergedoken zat omdat hij joods was – kennen we de uitspraak dat hij zich na de oorlog niet meer verstoppen wilde. Hij had het overleefd en putte daaruit grote kracht.

Waar zijn de vrouwen?

Tot nu toe is slechts de naam van één vrouw gevallen: Frieda Belinfante. Merkwaardigerwijs was zij ook op de grote tentoonstelling over de Duitse LHBT geschiedenis, die afgelopen jaar in het Deutsches Historisches Museum in Berlijn werd gehouden, de enige vrouw van wie de oorlogsgeschiedenis werd getoond.
Waren er dan geen andere vrouwen? Dat brengt mij op het grootste dilemma. Waar zijn de vrouwen?
In de eerste decennia na de oorlog was er vrijwel geen aandacht voor het verzetswerk van vrouwen. Ze werden, net als in de rest van de maatschappij, in ondergeschikte zwijgende posities geplaatst, zoals koerierster. Het duurde tot ver in de jaren zeventig voor er – onder invloed van het feminisme – iets meer onderzocht werd over de rol van vrouwen in het verzet. De laatste jaren heeft Marian Schwegmann, tot voor kort directeur van het NIOD, enkele malen op deze omissies gewezen. Maar – met uitzondering van Frieda Belinfante – lijken ze allemaal heteroseksueel, of misschien wel helemaal niet seksueel. Het is in ieder geval een feit dat de verzetsvrouwen zich daar zelf ook niet over hebben uitgesproken. Toch lopen er in een aantal van deze levensgeschiedenissen opmerkelijk veel ‘significante anderen’ van het vrouwelijk geslacht rond. Daar zit dus het dilemma. Want wie zijn wij om te speculeren over iets waar ze zich zelf nooit over hebben uitgesproken?

Ru Pare, pasfoto jaren 30.

Ru Paré, pasfoto 1939.

De discussie over de seksuele voorkeur van vrouwen in het verleden is bepaald niet nieuw. Ook ten aanzien van de geschiedenis van het vroege feminisme in de 18e en 19e eeuw speelde het, zeker wanneer het over periodes ging voor de ‘uitvinding’ van homoseksualiteit als identiteit. ‘Does it matter if they did it?’ vroeg de Engelse lesbische theoretica Sheila Jeffreys zich in 1989 af (Sheila Jeffreys, ‘Does It Matter If They Did It?’, in Lesbian History Group, eds., Not a Passing Phase: Reclaiming Lesbians in History 1840- 1875. London: Women’s Press, 1989))
Er waren allerlei redenen waarom vrouwen minder zichtbaar waren dan homoseksuele mannen, die eerder te maken kregen met het medisch en juridisch vertoog rond homoseksueel gedrag, en met de noodzaak dat gedrag in de publieke ruimte uit te oefenen. Vrouwelijke levens waren minder publiek, vrouwelijk verlangen meer diffuus en tot in de jaren zestig van de vorige eeuw heerste wat ik in mijn proefschrift ‘Een stilzwijgende samenzwering’ heb genoemd.

Wat opvalt aan verzetsvrouwen is hun onafhankelijkheid en het lef dat zij hadden om in het verzet te gaan, sommigen in het gewapend verzet, anderen in de beleidssfeer of in het kinderwerk. Sommigen deelden hun leven met een vriendin, sommigen gingen ook om met mannen. Over wat ze deden, of niet deden, lieten ze zich niet uit. Maar het zou het totale verhaal ook geen recht doen, als we geen aandacht aan enkele van deze vrouwen besteden. Dus komen Ru Paré en Do Versteegh aan de orde, evenals Jacoba van Tongeren en Gezina van der Molen. Van der Molen raakte na de oorlog in opspraak omdat ze probeerde de joodse kinderen die mede dank zij haar gered waren, in christelijke gezinnen onder te brengen.

Wie gingen er in het verzet?

Aanvankelijk meenden men dat slechts een beperkt deel van de Nederlanders in het verzet gezeten heeft. De definitie van wat verzet is, verandert echter, en wordt breder. Ook de winkelier, die een keer eten voor een onderduiker achterhield, deed een verzetsdaad. Sommigen rolden vanzelf in het verzet; voor anderen was het een bewuste keuze. Gelegenheid, mogelijkheid, en een cultuur van in verzet komen hebben naar mijn mening wel degelijk een rol gespeeld bij deze keuze. Zo’n cultuur was bij voorbeeld bij de communisten en de gereformeerden. Studenten, kunstenaars hadden vaak geen gezinsverantwoordelijkheid, wat het ook makkelijker maakte. Homoseksuelen waren ook voor de oorlog al illegaal, en gewend om een dubbelleven te leiden. Dat wil niet zeggen dat verzetsdeelnemers altijd alleen uit deze groepen afkomstig waren, maar wel dat zij relatief oververtegenwoordigd zijn geweest.

De website zal naar verwachting in de eerste week van augustus 2016 online gaan.