Wat doet een zonnerad in de kerk?

In de hal van de hervormde kerk in Garnwerd staat een grote plaat van rode zandsteen. Daarop staat een afbeelding met drie bespaakte raderen en een rij boogjes. De toenmalige voorzitter van de Stichting Oude Groninger Kerken, wijlen Harry de Olde maakte mij jaren geleden attent op de steen. Hij wist niet precies wat de betekenis van de afbeeldingen was, en kende in Nederland ook geen parallellen.

Garnwerd, sarcofaagdeksel. ©Pixelpolder

Nu blijken zandstenen sarcofagen, sarcofaagdeksels en grafplaten helemaal niet zo zeldzaam te zijn. Alleen al in Nederland zijn er op dit moment zeker 353 bekend, zoals blijkt uit een inventarisatie die Piet Heinsbroek maakte. Oorspronkelijk moeten er nog veel meer geweest zijn, maar omdat steenmateriaal nu eenmaal zeldzaam en duur is in Nederland, zijn veel stenen secundair gebruikt als drempel of ander bouwmateriaal.

In de kerk van Termunten lag een fotokopie met gegevens over de stukken zandsteen aldaar van de hand van Heinsbroek. Navraag leerde dat hij kort daarvoor overleden was. Zijn omvangrijke documentatie wordt nu deels in het stadsarchief van Vlaardingen (het ‘Hollandse’ deel) en deels bij de RCE in Amersfoort bewaard. Bij het maken van het overzicht had Heinsbroek al het materiaal uit oudere literatuur verzameld (noot 1) en de stenen vrijwel allemaal bezocht en gefotografeerd en/of opgemeten.

Sarcofaagdeksel of grafplaat?

In de wandeling worden de stenen platen vaak ‘sarcofaagdeksels’ genoemd, maar waarschijnlijk zijn ze lang niet allemaal als zodanig gebruikt, ook al liggen ze nu soms op een zandstenen sarcofaag. Het is niet duidelijk of dat de oorspronkelijke situatie is. Mogelijk dekten verschillende grafplaten een in de grond, of later in de kerk, gedolven graf. De bovenkant van de grafplaat was dan zichtbaar voor de bezoeker van kerkhof of kerk. Om te voorkomen dat men over de grafplaat struikelde is het reliëf van de versiering meestal vlak gehouden. Lang niet alle grafplaten/deksels zijn versierd overigens.

Waar zijn ze gevonden?

Grafplaten/deksels worden vooral gevonden in kustprovincies langs de Noordzee (van Zeeland tot in Denemarken). Wanneer men de lijst die Heinsbroek opstelde op een kaart van Nederland plot (ik hoop deze kaart als hij compleet is binnenkort hier te publiceren) valt het overweldigende aantal sarcofagen/deksels in de provincies Friesland, Groningen en in mindere mate Noord-Holland op. Veel minder exemplaren zijn gevonden in Drenthe, Overijssel, Gelderland, Utrecht, en Flevoland, allemaal ‘boven de grote rivieren’. Er is één uitzondering, afkomstig uit de St Amalberga in Susteren. Ook uit het Rijnland zijn er enkele tientallen exemplaren bekend (noot 2).

Waar komen ze vandaan?

De meerderheid is vervaardigd uit rode zandsteen, afkomstig uit de Eifel en het Wesergebied. Een geringer aantal is van gele Bentheimer zandsteen. De exacte herkomst is mij onduidelijk; er is vrijwel geen petrografisch onderzoek gedaan. Wel is een plek gevonden waar steen gewonnen is (noot 3).

Het zijn dus importstukken in de lage landen. Het vervoer van de 600 kilo zware stenen platen moet een majeure operatie geweest zijn. Transport over water ligt voor de hand. Daar wijst de verspreiding ook op. In waterrijke gebieden waren veel kleine geulen en sloten die bevaarbaar waren voor de platbodemschuiten. Maar dan nog moesten de platen uiteindelijk per kar naar de uiteindelijke bestemming worden gevoerd. Het is aannemelijk dat ze bedoeld waren voor de graven van belangrijke personen. Er zijn aanwijzingen dat de platen in de loop van de tijd voor steeds weer nieuwe graven werden hergebruikt.

Baflo, sarcofaagdeksel. Foto Groninger Museum.

Datering

In de praktijk blijkt het lastig om de grafplaten te dateren. Een absolute datering is alleen mogelijk wanneer men weet wie er in het graf begraven lag, met de sterfdatum.

Zwaag sarcofaagdeksel.
Tekening P. Heinsbroek.

Een andere mogelijkheid is wanneer de grafplaat gekoppeld kan worden aan een goed gedateerde bouwfase van de kerk. Een absolute datering van de Nederlandse exemplaren is daardoor zelden mogelijk. Lang gebruikte men stilistische kenmerken op de platen als hulpmiddel bij de datering, maar verschillende archeologische vondsten wijzen op eventuele onbetrouwbaarheid van deze methode (noot 4). Er is dringend nieuw onderzoek nodig waarbij het totale bestand aan afbeeldingen op de deksels in een kader wordt gezet van versieringsmotieven die gebruikt zijn op stenen maar ook metalen voorwerpen uit de hele vroegmiddeleeuwse periode.

 

Zo blijkt dat in het Rijnland sarcofaagdeksels/grafplaten zijn gevonden die men daar (op stilistische gronden?) in de 7e eeuw dateert. Deze passen in een Frankische versieringstraditie, die weer direct teruggaat op de laat-romeinse traditie aldaar (noot 2).

In Nederland neemt men vooralsnog aan dat de bulk van de grafplaten in de 11e en de 12e eeuw te dateren zijn, met uitlopers naar de 10e en 13e eeuw. Dat hangt ook samen met de vooronderstelling dat er een (stenen?) kerk aanwezig moet zijn, waar overledenen in of rond ter aarde werden besteld.

Naast de vraag over de datering en het gebruik van de versieringselementen staan er nog meer vragen open. In volgende blogs probeer ik hier, naarmate mijn onderzoek vordert, meer over te vertellen.

Beets, sarcofaagdeksel. Thans te Jannum. ©Pixelpolder

– hoe was de productie en het transport georganiseerd?

 

– welke transportroutes werden gebruikt?

– werd de versiering op de stenen al aangebracht in het productiegebied of pas bij aflevering?

– konden de ‘klanten’ bepaalde voorstellingen bestellen?

De laatste vraag interesseert me in het bijzonder. In mijn onderzoek naar Heidens Nederland bleven de zonneraderen van Garnwerd lang zonder parallel. Uit de nieuwe inventarisatie blijken er nu naast de steen uit Garnwerd, nog zes grafplaten met zonne- of radmotieven te zijn. Welke betekenis kon aan deze zonneraderen worden gegeven? Wijst dit op oude tradities die lang zijn blijven bestaan?

Heidens en christelijk

  1. Op de steen in Garnwerd staan drie raderen, met elk in het midden een centrum waaruit acht spaken naar het deels dubbele rad lopen.
  2. en 3. In het kerkmuseum in Jannum (deze ‘buitenpost’ van het Fries Museum herbergt een aantal middeleeuwse sarcofagen, grafplaten en andere grotere stenen objecten) bevindt zich een sarcofaagdeksel met de afbeelding van een cirkel met acht stralen. Deze is afkomstig uit Beets. Op het oude kerkhof van Beets werden in het verleden mogelijk twaalf grafplaten gevonden (deze zijn te vinden in de dokumentatie van de heer Heinsbroek), die deels dus in Jannum liggen en deels verdwenen zijn. Fysiek verdwenen is helaas een fragment van een sarcofaagdeksel met twee concentrische cirkels en een zesspakig rad.
  3. Uit Baflo komt een fragmentaire afbeelding bestaande uit zes concentrische cirkels met acht stralen; de steen ligt thans in het depot van het Groninger Museum in Hoogkerk.
  4. Uit de OLV kerk in Harderwijk is een zeer verweerde grafplaat met een cirkel met acht stralen afkomstig;
  5. Uit Zwaag is een plaat afkomstig met – afhankelijk hoe je het interpreteert – mogelijk vier cirkels met acht stralen.
  6. Tenslotte komt er uit Midwolde nog een afbeelding met zes cirkels en acht stralen.

Midwolde, Sarcofaagdeksel.
Foto RCE.

Harderwijk, sarcofaagdeksel. Tekening P.Heinsbroek.

Beets, verloren gegaan sarcofaagdeksel. Tekening P. Heinsbroek.

Schematisch vertonen deze zeven afbeeldingen grote overeenkomsten. In alle gevallen, op een na, is er sprake van acht stralen, die vanuit een centrum stralen. In twee gevallen kan men de afbeelding als een rad interpreteren; in de overige is sprake van een of meer (concentrische) cirkels. Zijn dit inderdaad afbeeldingen van de zon, zo ja, hoe passen ze in het totale versieringsrepertoire van de grafplaten?

Er zijn verschillende types versiering op de grafplaten te onderscheiden, soms in combinatie met elkaar (noot 5). Sommige versieringen komen direct voort uit een christelijke beeldtaal, zoals het stafkruis en het griekse kruis. In Noord-Nederland zijn veel platen versierd met kromstaven en kruisstaven. Deze worden met een bijbelspreuk in verband gebracht. Sommige grafdeksels dragen een menselijke afbeelding, die vermoedelijk de overledene voorstelt. De boogjes op de steen met de raderen in Garnwerd worden wel geïnterpreteerd als een onderdeel van de kerkarchitectuur, maar zijn daar eigenlijk iets te oud voor. De regelmatig voorkomende gestileerde levensboom is op zich een oud motief, dat op zeker moment in de christelijke traditie wordt overgenomen.

2013_Copyright-Pixelpolder_Kopenhagen_0D40374.NEF_17082013_0166

Gundestrup, Ketel van (verguld) zilver met onder andere afbeelding van wiel. Nationalmuseet Kopenhagen, ©Pixelpolder.

Wellicht geldt iets vergelijkbaars voor het zeer vaak voorkomende radkruis, dat bekend staat als ‘Keltisch’ versieringsmotief uit de voor-romeinse tijd. Het wiel dat de Keltische dondergod Taranis met zich meevoert, is een radkruis. Het komt ook op de Gundestrupketel (hyperlink) voor. Directe parallellen zijn ook te vinden in het National Museum in Dublin, kleine gouden schijven met een kruis binnen concentrische cirkels, daterend uit de bronstijd.

Daarnaast zien we afbeeldingen van palmetten en rozetten. Dit waren al populaire motieven in de klassieke oudheid. Er zijn ingewikkelde geometrische versieringen die aan de Germaanse dierstijl doen denken die in de vroege middeleeuwen populair was in noord-Europa.

Binnen dit geheel misstaan de patronen van cirkels, stralen en raderen helemaal niet. Er zijn vele parallellen gevonden die gedateerd worden vanaf de prehistorie tot in de vroege middeleeuwen.

Harpstedt, lkr. Oldenburg. Zonnesteen, datering: bronstijd? ©Pixelpolder.

Ze worden verklaard als zonnesymbolen of symbolen die naar de kringloop van het leven verwijzen. De ‘zonnesteen’ uit Harpstedt, mogelijk al daterend uit de bronstijd, draagt een afbeelding van 18 concentrische cirkels. Fibulae uit de romeinse (ijzer)tijd en vroege middeleeuwen zijn versierd met concentrische cirkels en kruisen. Onder de laatsten zijn er minstens twee die een opmerkelijke overeenkomst hebben met de versieringen op onze grafplaten.

Het Rijksmuseum van Oudheden bezit een fibula uit Baflo met een versiering bestaande uit een schijf/rad met acht spaken. En bij Wijk-bij-Duurstede vond een amateur-archeoloog met een metaaldetector zeer onlangs een zilveren fibula met een achtspakig rad. Beide fibulae worden in de 6e eeuw gedateerd!

Baflo Fibula uit de 6e eeuw.
Leiden RMO b 1966/11.2

Fibula, zilver, ingelegd met parel en almandijn. 5e-6e eeuw. Vondst R.Dorresteijn 2017. foto A.van de Bunt.

 

 

De vraag is nu wat de betekenis van deze versieringselementen is. Per definitie zijn de grafplaten ontstaan in een christelijke context, maar net als met andere elementen in het vroege christendom, bleven diep ingewortelde restanten van een eerdere godsdienst nog lang bestaan. Pas op zijn vroegst in de 13e eeuw begint de christelijke traditie echt volledig de overhand te nemen, dus met een datering in de 10e-12e eeuw is het wel mogelijk dat de elementen verwijzen naar een nog op dat moment reëel gevoelde traditie. Ze verwijzen dan denkelijk naar de kringloop van het leven.

Wordt vervolgd dus!

 

 

Noten

©2017 Judith Schuyf

 

Ik dank het Stadsarchief Vlaardingen, Jeroen ter Brugge en Albert Reinstra (RCE) voor hulp en informatie bij het onderzoek voor dit artikel.

  1. Met name Martin, H. (1957) Vroeg-middeleeuwse zandstenen sarcophagen in Friesland en elders in Nederland. Drachten.
  2. Nisters-Weisbecker, Andrea (1983) Grabsteine des 7.- 11. Jahrhunderts am Niederrhein. Bönner Jahrbücher 183, 175-327.
  3. Heimberger, H. (1956) Frühmittelalterliche Trapezsärge aus dem Odenwald. Badische Heimat 36, 125-138.
  4. Kuiken, Kees (2004) Middeleeuwse zandstenen grafkisten uit Westerlauwers Friesland. De Vrije Fries 84, 9-28.
  5. Waslander, Christine en Peter Homan (1991) Dekselse graven. Noord Nederlandse grafsculptuur in de elfde en twaalfde eeuw. Meppel.

Tafelbergen

Aan de weg van Blaricum naar Naarden (de Naarderweg) bevindt zich, even ten westen van het dorp Blaricum een bord dat verwijst naar restaurant De Tafelberg. Er is zelfs een parkeerplaats aan de Blaricummerheide met als naam De Tafelberg en een informa­tiebord geeft aan waar in het terrein deze Tafelberg (36,80 boven NAP) is te vinden. Wat is een tafelberg eigenlijk? En zijn er meer?

Ja, er zijn er meer. Ze komen vooral in het Gooi voor. In de nabijheid van de Tafelberg vinden we nog zeker drie andere tafelbergen, en wel de de Euken­berg (op de eng van Huizen), de Sijdjesberg (bij het zwembad ten zuidwesten van Huizen). Mogelijke exemplaren zijn de Leeuwen- of Venusberg (vlakbij Oud Valkeveen halverwege Naarden-Huizen), de Trapjesberg en de Zwarte berg/Hogenberg.

Door hun opvallende vorm trokken tafelbergen reeds vroeg de aandacht zodat ze reeds in de 19e eeuw als hei­dense offerberg beschouwd werden. Hun datering en functie zijn echter onduidelijk. Een drietal hypotheses ten aanzien van hun functie worden regelmatig genoemd: ze kunnen een religieuze functie hebben gehad, een militaire functie en een politieke.

Vorm: Tafelbergen zijn volledig kunstmatig, of – waarschijnlijker – omgevormd vanuit een natuur­lijke heuvel tot een conische heuvel met afgeplatte boven­kant. Dat verklaart ook de naam. Vaak ligt er beneden aan de voet van de berg een geëgaliseerd terrein, soms nog door een zichtbare wal omgeven.

Datering: Ze zijn in ieder geval oud. De eerste vermelding van het fenomeen tafelbergen dateert al uit kort na 900, namelijk in een 10e eeuwse goederen­lijst van het klooster Werden, ende kiric land fan Almeri te Tafalbergon. Tafalbergon is – in tegenstelling tot wat vaak gesuggereerd wordt – een 3e naamval enkelvoud, een zogenaamde locatief (zie het Woordenboek der Nederlandse taal, onder Tafelberg). Er is dus sprake van een enkele Tafel­berg. Welke Tafelberg bedoeld wordt, is niet duidelijk. Door verschillende auteurs is er op gewezen dat in de vroege middeleeuwen het centrale deel van het Gooi grotendeels onbebost is geweest, zodat je van velerlei plekken een vrij uitzicht had op de stuwwal en de toppen van de hoogste heuvels op de stuwwal (Koopman, 2013 hier de weblink opnemen). Dat moet voor alle genoemde Tafelbergen gegolden hebben, maar bij voorbeeld ook voor een hoog punt aan de zuidzijde van de Gooische hei, de huidige St Jansberg in Laren.

Het betreft hier een gebied (Niftarlake/Nardinclant) dat in de vroege middeleeuwen op veel plekken bewoond is geweest, en politiek een rol van betekenis speelde als thuisbasis van de machtige vroeg-middeleeuwse familie van de Wursingen (bekendste telg: Liudger) en later als onderdeel van het graafschap Hamaland. Elten. Archeologische vondsten op verschillende plekken ondersteunen het idee van een vroege bewoning in delen van Niftarlake/Nardinclant, zoals een grafveld uit de vroege middeleeuwen aan de Liebergerweg te Hilversum, en verschillende metaal en muntvondsten uit de vikingperiode bij het nabijgelegen Bikbergen. Een niet bevestigd gerucht over oude zwaardvondsten bij het Janskerkhof te Laren zou op de aanwezigheid van een grafveldje kunnen duiden. AWN Naerdincklant verrichtte in 1989 een opgraving in de stuwwal bij de Tafelberg. Daarbij kwamen scherven te voorschijn van Pingsdorf aardewerk uit de periode 1000-1200. (Cruysheer en Van der Tuuk 2015).

Geen van de tafelbergen lijkt zijn oorspronkelijke (middeleeuwse?) vorm nog te hebben. In de loop van de eeuwen is er heel wat vergraven, afgegraven, opgehoogd….

De Tafelberg

De Tafelberg heette tot de 17e eeuw Kooltjesberg, omdat er een baken op stond waarvan het vuur op kolen werd gestookt. Omstreeks 1650 werd er een grote stenen oriëntatietafel boven op geplaatst, wat de origine van de naam Tafelberg zou zijn. In 1921 werd besloten een waterreservoir bovenop de Tafelberg te plaatsen met daar bovenop een voor het publiek toegankelijke uitzichttoren. Mogelijk werd bij het vergraven van d2015_Copyright-Pixelpolder_02032015_Blaricum__0D43126.NEF_0007e berg voor dit reservoir de vuurstenen bijl gevonden die thans in het Goois Museum bewaard wordt. De ROB vond in 1962 op de heide rond de Tafelberg een groot aantal scherven uit de vroege bronstijd en de ijzertijd. Op de noordhelling van de Tafelberg zelf kwamen een zestal crematies uit de late IJzertijd te voorschijn. (De vondsten zijn helaas zoek op dit moment en niet uitgewerkt) (Kobalowitz 2014, 33, in dit tijdschrift te vinden). Het onderzoek leverde verder helaas geen nieuwe inzichten op over ouderdom en functie van de TafelbergSchoemaker-tafelberg1727.

Kobalowitz meent op de kaart van Ketelaar uit 1769 een spiraalvormig pad rondom de Tafelberg te zien. Door alle vergravingen is dat tegenwoordig niet meer te zien. Op de pentekening die de Schoemakers voor hun Atlas van Noord-Holland in 1727 van de Tafelberg maakten is van een spiraalvormig pad in ieder geval niets te zien: de heuvel rijst als een steile bult uit het vlakke landschap op, bekroond door de uitzichttafel en bereikbaar via een pad dat zeer steil recht omhoog loopt

Op de ansichtkaart uit 1905 die Kobalowitz toevoegt, is dat spiraalvormige pad niet overtuigend zichtbaar. Dat wil niet zeggen dat het er niet geweest is, maar dan moet het na 1726 zijn aangelegd. Het aanleggen van spiraalvormige paden op kunstmatige heuvels was een verschijnsel dat we zeker uit de late 17e en 18e eeuw kennen als onderdeel van de Engelse landschapsstijl. Het is onder meer nog te zien op de Seringenberg van het Landgoed De Horsten in Wassenaar (aangelegd in 1791), en op de Keienberg bij Landgoed Beekhuizen  in Velp (1682) waar het onlangs door eigenaar Natuurmonumenten voor veel geld gerestaureerd is. Tegenwoordig kent men aan dit soort spiraalvormige paden graag een spirituele betekenis toe, maar het is de vraag of het deze betekenis in de 18e eeuw ook had, en al helemaal of men daarbij een prehistorisch (Engels) voorbeeld voor ogen had.

De Sijdjesberg

De Sijdjesberg bevindt zich achter het zwembad in Huizen (dat bij de aanleg in 1953 Sijsjesberg is genoemd). Het is een duidelijke, nu nog 10-15 meter hoge heuvel, die echter erg verwaarlo2015_Huizen_Copyright-Pixelpolder_02032015_0D43161.NEF_0030osd is. Over de top wordt met regelmaat met motoren gecrost.

Op topografische kaarten staat de Sijdjesberg afgebeeld als een markante hoge ronde bult in het landschap. Ook de omgeving van de Sijdjesberg is erg interessant, omdat aan de noordzijde de berg thans omgeven is door een vlak ovaalvorming terrein, op sommige plaatsen nog door een wal afgegrensd.

Het is echter de vraag of dit de oorspronkelijke vorm van de Sijdjesberg is geweest. De zandgronden bij Hilversum, Huizen en Naarden oefenden al in de 17e een grote aantrekkingskracht uit op projectontwikkelaars. Aanvankelijk werden ze afgegraven om het terrein rondom de vesting Naarden zo te verlagen dat het gemakkelijk onder water kon worden gezet als de vijand kwam, maar al spoedig bleek het zand ook uitermate handig bij de stadsuitbreidingen van Amsterdam. Het afzanden ging eeuwenlang door want er was veel geld mee te verdienen. In 1927 werd een grote kuil op de Tafelbergheide gegraven voor de aanleg van de A1.(zie voor een overzicht Sander Koopman Zandwinning in het Gooi  )

Ook het gebied rondom de Sijdjesberg bleef niet ongemoeid, maar vrijwel alle plannen werden uiteindelijk niet uitgevoerd of half voltooid. In 1932 kocht de gemeente Huizen het terrein rondom de Sijdjesberg voor een bedrag van 100.000 gulden, met het doel werklozen in het kader van de werkverschaffing aldaar een meer te laten uitgraven dat 33 meter diep moest worden (De Gooische Post, 28/9/1932). Het werk werd wel aangevangen, want in december 1933 meldt De Bussumsche Courant in een beschrijving van een wandeling naar de Sijdjesberg “Zijn toch al niet erg imponerende hoogte legt het nu haast af tegen de kunstmatig opgeworpen zandbergen uit den toekomstigen vijver er omheen” (Bussumsche Courant 2/12/1933).

Sijdjesberg wandeling

Bussumsche Courant 17 april 1930

wekverschaffing Huizen

De Gooische Post , 28 september 1932

In 1933 werd er een smalspoortje aangelegd van de berg naar de haven van Huizen, om de ca 700.000 kuub zand af te voeren. De financiering van het project gaf, ook toen al, de nodige hoofdbrekens en verwacht werd dat de opbrengst van het zand niet tegen de aanzienlijke kosten zou opwegen. Juni 1934 wordt het werk daarom stopgezet (Bussumsche Courant, 2-6-1934) In 1937 vormt de Sijdjesberg opnieuw onderdeel van een veel groter werkverschaffingsplan waarbij het zand gebruikt zou moeten worden voor het inpolderen van kuststroken langs het IJsselmeer. Dit hele project zou 900.000 gulden moeten kosten, en ook dit bleek te duur en werd niet uitgevoerd. Dit verandert met de tweede wereldoorlog. De Nederlandsche Opbouwdienst laat dan barakken neerzetten, en op een foto uit 1940 is te zien hoe de berg met kruiwagens zand wordt opgehoogd. De Nederlandsche Opbouwdienst was door Seyss-Inquart in het leven was geroepen om de gedemobiliseerde Nederlandse beroepsmilitairen werk te verschaffen. Sindsdien heeft de Sijdjesberg zijn beetje getrapte uiterlijk, alsof er een hoedje op staat. (foto werkzaamheden NIOD beeldcollectie nr 79959). Waarschijnlijk is het vlakke terrein rondom de Sijdjesberg in deze periode ontstaan, omdat op een van de foto’s van het NIOD zichtbaar is dat de mannen het zand afvoeren over een spoortje dat op een verhoging is aangelegd bij een afgevlakt stuk.

 

 

 

2015_Huizen_Copyright-Pixelpolder_02032015_0D43168.NEF_0037Over de andere bergen is veel minder bekend.

De Eukenberg ligt het meest noordelijk van alle tafelbergen, vrijwel aan de huidige oever van het meer. Vanaf de berg is er een goed uitzicht over het water. Het is een markante bult. Een bord vermeldt dat de Eukenberg in de Gouden Eeuw opgeworpen werd als uitzichtpunt met theekoepel. Ook zou er een baken/vuurtoren op gestaan hebben.

 

Schoemaker_Leeuwenberg

Craandijk -1888-Leeuwenberg

De Leeuwenberg – of Venusberg in Oud-Valkeveen was in de 17e eeuw onderdeel van het park van een buitenplaats Graeffenveld. De eigenaar Andries de Graeff plaatste op de opgeworpen heuvel een 20 meter hoge gedenkzuil, die n2015_Huizen_Copyright-Pixelpolder_03022015_Leeuwenberg_0D43178_02og op vroeg 20e eeuwse ansichtkaarten te zien is, maar thans is verdwenen. Op de tekening van de Schoemakers uit 1727 is de gedenkzuil nog goed te zien, evenals op de afbeelding in de  Nieuwe wandelingen door Nederland van Jacobus Craandijk en P.A. Schipperus uit 1888.  De heuvel is in het huidige landschap niet makkelijk te herkennen door de dichte begroeiing. Op de foto is met een lijn het oorspronkelijk verloop van de heuvel aangegeven.

Ook van de Trapjesberg en de Woensberg wordt gezegd dat het kunstmatig opgehoogde heuvels zijn.

 

Er zijn drie mogelijke verklaringen voor de functie van de Tafelbergen, die elkaar door de tijd heen niet eens uit sluiten.

Cultusplek?

De oudste suggestie is dat het hier prehistorische of vroegmiddeleeuwse cultusplekken betreft. Wat daarvoor pleit is de ouderdom van enkele tafelbergen, de prehistorische vondsten die in de omgeving of op de berg zijn gedaan, en de vorm.

De kunstmatig opgeworpen afgeplatte kegelvorm kennen we uit het buitenland van bergen die om religieuze redenen zijn opgeworpen en waarop bij voorbeeld tot in recente tijd nog religieuze feesten werden gehouden, zoals Silbury Hill in het zuiden van Engeland. Silbury Hill is enkele jaren geleden opgegraven, waarbij opviel dat de heuvel weliswaar door mensen was opgeworpen uit maagdelijke witte kalksteen, maar verder geheel vondstloos en zonder andere bijzonderheden was. Wel is duidelijk dat de heuvel al aan het eind van het neolithicum werd opgeworpe

Wanneer er sprake is geweest van een cultusplek, zou de Sijdjesberg zeker een optie zijn. Wellicht is dit zelfs de eigenlijke tafelberg uit de goederenlijst van Werden geweest. In het volksgeloof speelde de Sijdjesberg een belangrijke rol. Volgens een zegsvrouw aan de verhalenbank van het Meertensinstituut heette de berg vroeger Seitjesberg, en was het centrum van de omgeving. Wanneer een vrouw een kind had gekregen legde ze het op een draagkussen en bracht het naar de Seitjesberg, waar het op de aarde gelegd werd.

Militair?

Een militaire betekenis is ook voor de tafelbergen een optie. Het is opvallend dat ze alle vier op korte afstand van elkaar gelegen zijn. Bij de Eukenberg is het zelfs heden ten dage nog duidelijk dat vanaf de top een excellent overzicht over de omgeving en het zeer nabijgelegen voormalige Almere verkregen kan worden.

TopoHeimenberg

De Heimenberg op de Topografische kaart van 1920

Die militaire betekenis was vooral in de vroege middeleeuwen interessant. Nu weten we niet wanneer de eerste tafelbergen zijn aangelegd, maar er is een mogelijkheid dat ze een rol hebben gespeeld bij de verdediging tegen Vikingaanvallen in de 9e -10e eeuw. Of ze hadden te maken met de graven van Hamaland, die de omgeving in de 10e eeuw in bezit hadden. Deze bouwden een aantal verdedigingswerken met grote aarden wallen op diverse strategische plaatsen in hun gebied (zie: Van Doesburg, Jan, Back to the Facts. New evidence for and thoughts on early medieval earthworks in the central Netherlands. Chateau Gaillard 25, 2012, 105-118) Enkele van deze verdedigingswerken, zoals de Duno onder Doorwerth en de Heimenberg bij Rhenen liggen op heuvels langs rivieren en andere plekken van waar men een goed uitzicht over de omgeving had. De Heimenberg gaat, zoals inmiddels is gebleken, terug tot de 7e eeuw. Politieke grenzen lagen even ten oosten van het gebied van de Tafelbergen. In later tijd is dat de grens tussen Holland en het Sticht.

Daarnaast stonden er op enkele tafelbergen vuurbakens, de Tafelberg in Blaricum heette lange tijd zelfs Kooltjesberg. Zo konden ze schepen op het Almere waarschuwen voor de kust, en ze konden dienen om snel militaire signalen door te geven.

Een andere mogelijkheid is dat we hier met een uitkijkheu­vel uit de mid­deleeuwen of later te doen hebben, maar deze heuvels heten meestal “Koerheu­vel” en niet Tafel­berg. Anderen zijn mogelijk pas in de 17e eeuw als uitzichtheuvel ontstaan. Ze hadden duidelijk een aantrekkingskracht voor de ontwerpers van landgoederen en parken in de 17e en 18e eeuw, die ze incorporeerden in hun ontwerp, en mogelijk verhoogden. De Tafelberg in Blaricum werd in 1917 als watertoren gebruikt.

Dingplaats?

Een derde optie werd onlangs gesuggereerd door Cruysheer en Van der Tuuk, die een vergelijking trokken tussen de Tafelbergen en de verhoogde (vroeg)middeleeuwse dingplaatsen, zoals die verder naar het oosten aangetroffen worden. (Cruysheer en van der Tuuk, 2015) Ook die hadden een cultische bijbetekenis. Het lijkt me echter onwaarschijnlijk dat alle genoemde tafelbergen zo gefunctioneerd zouden hebben, omdat men er in een gebied zo groot als Naerdinclant niet meer dan een, hooguit twee, zou verwachten.

Geen andere tafelbergen?

Er worden in de literatuur meer Tafelbergen genoemd, maar hun status is veel onduide­lijker. In geen van de gevallen die in de literatuur worden genoemd lijkt sprake te zijn van een vergelijkbare Tafelberg als die in het Gooi. (Voetnoot: het betreft hier de Tafelberg onder Maarsber­gen; de Kapellen­berg in Rozendaal, De Pampel op de Hoge Veluwe, de Drusus­berg tussen Merum en Ool en de Tafelberg onder Velp. De Drususberg is mogelijk een (Romeinse) grafheuvel.

 

(Zie over Tafelbergen: Bakker en Ypey 1963, Fockema Andreae 1961; en ook Harten 1976, Kerkkamp 1966; Heldring & Graadt Jonckers 1841: 233; Yankel Kobalowitz, Onderzoek naar oorsprong en verleden van de Tafelberg in het Gooi. In: Archeologica Naerdinclant. 2014-2, 32-36; Koopman, S; Geologische atlas van het Gooi, AWN-Naerdincklant 2013; Anton Cruysheer en Luit van der Tuuk, Het Gooi in de vroege middeleeuwen: geschiedenis, nederzettingen en vondsten. Archeologica Naerdincklant 2015-3, 2-20)

De foto’s in dit artikel zijn van (c)Sjaan Vanderjagt/Pixelpolder